12 - De beweging van twee tegen een
1. Op het zware maatdeel moet de terts van de drieklank aanwezig zijn.
2. Begin eerst met de bewegende stem.
3. Het slotakkoord mag een volledige drieklank zijn, maar mag ook bestaan uit 3 grondtonen.
Een kwintloze of tertsloze drieklank is echter ook toegestaan.
4. De voorlaatste maat mag ritmisch afwijken.
5. Een aantal manieren om een driestemmigheid met cantus firmus uit te werken:
In het schema is de bewegende stem te zien en de cantus firmus.